Ooievaars die op eigen been nestelen markeren het laagste en laatste stukje veen-weide gebied in de polder Zestienhoven als habitat voor vogels.

Het mannetje van het eerste bewonersechtpaar werd doodgeschoten door een onverlaat.

 

De legende van de IJskelder
 

Er was eens een meisje dat Reintje heette omdat ze zo schoon was. Ze was een boerendochter en woonde in één van de hoven van Zestienhoven.
Haar vader had elf koeien. Haar moeder molk ze.De melk werd koel bewaard in de kelder van de boerderij.
Elke dag kwam er een veerman met een platte boot om de melkbussen naar de stad te varen.
Maar als het 's zomers heel warm was moesten de melkbussen met ijs worden gekoeld.
Dan werd Reintje met twee zinken emmers naar de overkant van de dijk gestuurd. Daar hadden de boeren een schuur gebouwd met holle wanden. Binnen bewaarden ze brokken ijs die ze elke winter uit de bevroren vaart hakten. Het was er altijd koel.
Op een van die zomerdagen was Reintje al vroeg de deur uit gegaan om ijs te halen. Nadat ze haar emmers had gevuld nam ze niet de kortste weg naar huis, zoals haar moeder had gezegd, maar de lange. Ook ging zij van het pad af om bloemen te plukken en stond zij nu en dan stil om een praatje te maken. Toen ze eindelijk thuis kwam was het ijs gesmolten. De boerin was boos, maar Reintje zei dat er een grote vogel bij de ijsschuur woonde die haar de weg had versperd. Dat jokte ze en de boerin wilde haar een klap om de oren geven. Daarbij stootte zij haar melkbus om en alle melk stroomde op de tegelvloer. Voor straf moest Reintje naar bed. Daar droomde ze van een grote vogel die op het ijskelderterrein woonde. De vogel heette de Vogel Mors, omdat hij zorgde dat de melk vermorste.

Toen durfde ze niet meer naar de ijskelder. Zelfs al werd ze gedragen.
Voortaan moest de knecht ijs gaan halen. Op een dag meende de knecht een nog veel grotere vogel te zien bij het ijskelderterrein.
En hij noemde de vogel Vogel Bolderik. Want de knecht heette ook Bolderik.

Nu durfden de andere boerinnen ook niet meer naar het ijskelderterrein want ze waren bang voor de Vogel Mors en de Vogel Bolderik.De zomer ging voorbij en de winter kwam met strenge vorst. De mannen gingen verse ijsblokken hakken uit de vaart. Het was zo koud dat zij af en toe het werk moesten neerleggen om in hun handen te blazen.
Nadat de zon begon te zakken maakten zij een vuurtje op de oever om zich te warmen.
Toen zij genoeg brokken hadden verzameld gleed één van de mannen uit. Hij viel in het koude water. Hij ging kopje onder en kwam onder het ijs terecht.
Ze vonden hem pas tegen het voorjaar toen het begon te dooien.
Het was de knecht Bolderik.

Geld voor een nieuwe knecht was er niet. Dus de volgende zomer moest Reintje weer het ijs halen. Haar moeder legde haar een houten juk om haar schouders en haakte aan elke kant een emmer. Het was nog vroeg toen ze op het ijskelderterrein kwam. De schapen stonden tot hun knieën in de ochtendmist. Zij was nog altijd bang want zij droomde vaak van de vogels Mors en Bolderik. In de ijsschuur was het koud en zij klappertandde van angst. Nadat zij haar emmers op de grond had gezet, sprong er een ijsmannetje tevoorschijn dat zong:
Huiver uiver spillepoot.
Ook al is uw poot zo groot
Meteen daarop klonk geklapwiek van vleugels in de lucht. Zij keek door een kier in de deur naar buiten. Plotseling stond daar de Vogel Mors met een tak in zijn bek. Daarna kwam er een vogel die nog veel groter was, het was de Vogel Bolderik.
Ze begonnen te vechten, want ze wilden elk hun nest daar bouwen. Het meisje riep:
Huiver uiver spillepoot.
Ook al is uw poot zo groot

En plotseling veranderde de vogel Mors in steen. En de vogel Bolderik vloog op terwijl hij riep:
- Eens zullen in Zestienhoven nog veel grotere vogels landen. De mensen breken de buiken van die vogels open en kruipen naar binnen. Dan vliegen ze de wereld over. Alleen hier op dit ijskelderterrein zullen gewone vogels leven: kievit, gans, eend, ooievaar, waterhoen, meerkoet, snip en leeuwerik. Zij zullen hier nestelen en uitvliegen. Nestelen en uitvliegen tot in lengte van dagen.

Het meisje ging naar huis en vertelde dit aan iedereen die ze tegenkwam.
En de mensen zeiden: - Kind, het is niet waar!
Maar het was wel waar!
 

Uiverbeen op IJskelderterrein